VAKANTIE IN ROEMENIE

“Ga je naar Roemenië? Zijn daar hotels? Ben je niet bang voor Dracula? Ga je alleen?” Bij deze vragen horen de vol­gende antwoorden: ja. ja, nee, nee. 1k ging mee met de Toeristische Reis die voor de vijfde keer werd georganiseerd door de Stichting Overbetuwe helpt Marginimea Sibiuli. Hoe was het? Geweldig!

We verbleven deels in hotels, deels in pensions, Voor de luxe hoefden we niet te gaan. Veel hotels ademen nog een sfeer van lang geleden vergane glorie en de menukeuze was nogal beperkt. Maar in de pensions waren zowel het ontbijt als de diners heerlijk.

Aan de Roemeense prijzen moesten we wel even wennen:

Voor 4.000.000 Iei moest ik ongeveer 100 euro pinnen. Ondanks de vele nullen achter de prijzen was het leven er naar onze begrippen goedkoop en sober. Op het platteland gaat veel vervoer nog met paard en wagen. In de brede dalen is veel landbouw. Tijdens ons bezoek in september waren graan en mais al geoogst, maar grote groepen mensen waren nu handmatig de aardappels aan het rooien. Op de niet bebouwde velden hoedden herders grote kuddes scha­pen en langs de wegen in de dorpen wandelden - al dan niet bewaakt - koeien.

Het Karpatenbergland is schitterend met diepe kloven, hoog­vlakten, allerlei grotten en ruige hellingen. We bewonderden kastelen, kerken en kloosters. Bijzondere indruk op mij maak­te een zoutmijn. diep onder het aardoppervlak.

1k veronderstelde de winning van zout te zien. Nee dus. Na een afdaling per bus en een trap van een paar honderd tre­den kwamen we in een spaarzaam verlichte enorme hal. Vloer, wanden en plafond, alles was van zout, enkel maar zout. En heel die immense ruimte deed diens als kuuroord voor astmapatiëntjes. Het was er vol met kinderen die wip­ten, schommelden, balden, van de glijbanen gleden en speel­den aan de talrijke picknicktafels langs de wanden. Er waren een kiosk, een kerk en een expositie over het mijngebeuren. De vochtige zoute lucht deed de kinderen vrijer ademen. Orn verder te schrijven over de prachtige authentieke volksdans­kostuums, de historische panden, de dorpjes, het kunstzinni­ge houtsnijwerk, de ijsgrot, de pottenbakkers, de tomaten en de paprika’s, de soms erbarmelijke wegen, de voor hen die al eerder Roemenië bezochten merkbare vooruitgang heb ik de hele INZET nodig. Dat doe ik dus maar niet. Wel bedank ik Hermina van Aggelen, die vanuit de genoemde stichting deze reis organiseerde en leidde. Ik vond het een fijne en interes­sante reis.

Trudi Post-Cappel